Zelfinstellende groefkogellagers: werking, toepassingen en voordelen
Uitlijnfouten in machines komen vaker voor dan je denkt. Doorbuigende assen, een montage die nét niet perfect is of wisselende belastingen: het hoort er in de praktijk vaak gewoon bij. Het probleem? Extra slijtage, warmteontwikkeling en uiteindelijk ongeplande stilstand.
Zelfinstellende groefkogellagers zijn speciaal ontwikkeld om dit soort situaties op te vangen. In dit artikel lees je wat deze lagers zijn, hoe ze werken en wanneer je ze het beste toepast.
Wat zijn zelfinstellende tweerijige groefkogellagers?
Een zelfinstellende tweerijige groefkogellager bestaat uit:
- een binnenring met twee rijen kogels
- een buitenring met één kogelvormig loopbaan.
Dankzij deze constructie kan de binnenring ten opzichte van de buitenring een paar graden kantelen. Zo vangt het lager zowel statische als dynamische uitlijnfouten op, zonder dat er extra spanningen in het lager of de as ontstaan.
De twee rijen kogels worden netjes op hun plaats gehouden door een kooi.

Benieuwd naar ons assortiment?
Hoeveel scheefstand kan zo'n lager opvangen?
Dit is onder andere afhankelijk van de lagerserie en het type.
- Open lagers: tot ongeveer 4° scheefstand
- Afgedichte lagers: circa 1,5°.
Bij afgedichte lagers beperken de afdichtingen de maximale kanteling. De exacte waarden kun je terugvinden in de documentatie van de lagerfabrikant.

Design en aanduidingen
Boring:
Deze lagers zijn voorzien van een cilindrische of conische boring. Een lager met een conische boring herken je aan het achtervoegsel K, bijvoorbeeld 2205K. Deze monteer je met behulp van een trekbus, moer en borgring op een as (zie onderstaande afbeelding).

Afdichting:
Je kunt kiezen uit open of afgedichte lagers. De afgedichte lagers hebben een slijtvaste, rubberen afdichting en zijn voorzien van een levensduursmering en hebben dus geen nasmering nodig. Afgedichte lagers worden aangeduid met het achtervoegsel 2RS (FAG) of 2RS1 (SKF).
Kooi:
De De kooi is meestal gemaakt van massief messing of polyamide PA66. De keuze is afhankelijk van de belasting, temperatuur, chemische bestendigheid en de kosten.
- PA66/glasvezel, achtervoegsel SKF: TN9, FAG: TVH
- Massief messing, achtervoegsel: M

De meest gebruikte series voor zelfinstellende kogellagers zijn 12, 13, 22 en 23. Een voorbeeld van een complete aanduiding is 2205 E-2RS1TN9:
- 22: lagerserie
- 05: binnendiameter lager (05 = 25 mm)
- E: verbeterde interne constructie
- 2RS1: slepende rubberen afdichting aan beide zijden van het lager
- TN9: massieve polyamide kooi
Advies nodig over het ontwerp?
Belasting en prestaties
Radiale belasting
Tweerijige zelfinstellende groefkogelllagers zijn uitstekend geschikt voor hoge radiale belastingen. Ideaal dus wanneer de hoofdkracht loodrecht op de as werkt, zoals bij:
- ventilatoren
- transportbanden
- aandrijfasconstructies.
Axiale belasting
Axiale belasting (in de lengterichting van de as) is slechts beperkt mogelijk. Dit komt door het puntcontact tussen de kogels en de loopbanen.
Moet het lager hogere axiale krachten opnemen? Dan is een tonlager vaak een betere keuze. Deze werken met lijncontact en kunnen dat type belasting beter aan.
Geschikt voor hoge toerentallen
Door de lage wrijving draaien zelfinstellende groefkogellagers probleemloos bij hoge snelheden. Ze lopen koeler, vragen minder energie en zorgen zo voor:
- minder belasting van de machine
- een langere levensduur van zowel lager als toepassing
Minder geluid en trillingen
Omdat uitlijnfouten worden gecompenseerd zonder extra spanning, ontstaan:
- minder trillingen
- lager geluidsniveau
Dit is vooral een voordeel in toepassingen waar comfort en betrouwbaarheid tellen, zoals ventilatoren en HVAC-systemen. (Heating, Ventilation, Air Conditioning)
Typische toepassingen
Zelfinstellende tweerijige groefkogellagers worden vooral toegepast in situaties waar uitlijnfouten onvermijdelijk zijn. Denk aan lange assen die doorbuigen, flexibele constructies of machines die onder wisselende belasting draaien. Hieronder vind je een aantal veelvoorkomende toepassingen:
- Ventilatoren en HVAC-systemen. Hoge snelheden, stille werking en lange assen zorgen hier vaak voor uitlijnfouten. Zelfinstellende lagers vangen dit netjes op.
- Transportbanden en conveyors. Doorbuiging over grotere lengtes is bijna onvermijdelijk. Deze lagers voorkomen snelle slijtage en ongeplande stilstand.
- Landbouwmachines. Stof, vocht en wisselende belasting vragen om robuuste oplossingen. Afgedichte varianten (2RS1) zijn hier een uitkomst.
- Houtbewerkingsmachines. Trillingen en variabele krachten beïnvloeden nauwkeurigheid. Zelfinstellende lagers zorgen voor een stabiele loop van zaagbladen en frezen en minder warmteontwikkeling.
- Overige toepassingen. Zoals pompen en blowers en lichte aandrijflijnen waar een perfecte uitlijning lastig is.
Bekijk ons assortiment of vraag advies
Of je nu ons gehele assortiment wilt bekijken of eerst advies wilt: wij helpen je vooruit!
