De benamingen van een boor

Centrale informatie

support phone email

31 (0)55 538 47 47

Home > Blog

De benamingen van een boor

Tooling en verspaning, 24 March 2017

Punthoek ,snijkantslengte, spaanvlak of spoed, dit zijn boortermen waar je vast wel eens van hebt gehoord. Maar wat was het ook alweer?

In de onderstaande afbeelding zie je een boor - in dit geval met morseconus - met daarbij alle benamingen van de delen van een boor.

 

 

 

boorbenamingen

A

= totale lengte

B

= schacht

C

= boorlichaam

= langsvrijloop 

= breedte van de geleiderand 

= breedte van de spiraal

= punthoek 

= snijkant 

= boordiameter 

= snijkantslengte 

= punt 

= spaanvlak 

= vrijloop rugvlak 

= spoed 

= spiraalgroeflengte 

= hals 

= uitdrijflip 

 

 

 

boorpunt benamingen

1

= hiel

2

= dwarssnijkantslengte

3

= dwarssnijkant

= diepte van het vrijlooprugvlak 

= spaangroef 

= diameter vrijlooprugvlak 

= neus

= dwarssnijkantshoek

= tapsheid van de ziel 

10 

= spiraalhoek

11 

= vrijloop van de snijkant

12 

= hoofdvrijloopvlak

13 

= dwarssnijkantspunt

 


 

Lees ook:

 

>> Wat is een morseconus en hoe bepaal ik de maat?

 

>> Boorpunten volgens DIN 1412

 

>> Algemene tips voor het boren van gaten

 

>> Waarom is roestvaststaal lastig te bewerken?

 

>> Welke aansluitingen zijn er voor kernboren?

 

>> Hoe bereken ik het juiste toerental van een boor?

 

>> Wat is het voordeel van roltappen i.p.v. snijtappen?

 

>> Hoe bepaal ik de juiste voorboordiameter van een tapgat?

 

 

Hebben wij je met dit artikel geholpen?

Ja      Nee
0 Reacties